Op verschillende blogs (onder meer die van Jos Douma) woedt al geruime tijd een discussie (of zal ik zeggen: er is een gesprek gaande?) over het onderwerp – spiritualiteit/missie & gemeenteopbouw. Daarbij worden spiritualiteit en missie als twee aparte wegen neergezet. Voorstanders van het één roepen dan heel hard naar de voorstanders van het ander dat hun weg meer nadruk verdient. Deze discussie werd ook kort aangestipt bij het symposium Another World is Possible met Shane Claiborne. Ten onrechte wordt er een wig gedreven tussen spiritualiteit en missie. Het is niet het één of het ander. Tegelijkertijd kun je je dan afvragen: wat is belangrijker, A of B?
Jezus gaf als reactie op zo’n A-of-B-vraag altijd C als antwoord:
- God liefhebben boven alles en je naast als jezelf.
- Geef aan de keizer wat van de keizer is en geef aan God wat voor God is.
- Laten we aanbidden in Geest en waarheid, want zulke aanbidders zoekt de Vader
Ik vraag me af… Wat zou zijn C-antwoord zijn in deze kwestie? Zelf denk ik dat één van de antwoorden gevonden kan worden in de geschiedenis van Marta en Maria. Jezus definieert geen posities, maar opent deuren naar een nieuwe weg. Juist in zijn leven komt duidelijk naar voren wat het C-antwoord is in reactie op de vraag: draait het nu om spiritualiteit of om missie? Hij zocht de stilte om te bidden, bepaalde zijn agenda in samenspraak met de Vader en trok er dan op uit met hernieuwde kracht…
Het enige wat ik niet begrijp is: hoe hield Jezus het vol om een nacht te bidden en daarna vrolijk verder te leven? Een digitale sneeuwwitje-sticker voor degene die deze vraag kan verduidelijken!
Ik las op een andere blog een post over het geven van geld aan zwervers. Dit omdat Jezus heeft gezegd: “Geef aan wie iets van je vraagt, en keer je niet af van wie geld van je wil lenen.” De schrijver deelt eerlijk zijn worstelingen met deze opmerking van Jezus. Als Rotterdammer sta ik ook regelmatig oog in oog met een dakloze. Het dilemma van geven of niet geven is dus heel herkenbaar. Vaak denk ik: je kunt toch ook gaan werken? Of: je koopt er vast drugs van… Toch voel ik me ook vaak een beetje opgelaten omdat ik een medemens in de kou laat staan.

Een tekst die me in dit verband telkens opnieuw te binnen schiet komt uit Spreuken. Ik vind het een controversiële en uitdagende tekst waarvan ik nog niet zo goed weet wat ik er mee moet. Het gaat in tegen mijn denkbeelden en redeneringen. Deze tekst is zo vreemd dat ik hem haast wel moet geloven. Is dit het Koninkrijk van God? Is dit liefde, wijsheid? Is dit een aanwijzing voor goed gedrag? Een rare vrouw, die moeder van Lemuel. Bakerpraat of wijsheid van God… wat denk jij?
Spreuken 31:1-9
1 Hier volgt onderricht voor koning Lemuel,
de raad die zijn moeder hem gaf.
2 Mijn zoon, die ik gedragen heb,
mijn zoon, voor wie ik geloften heb gedaan,
wat zal ik je zeggen?
3 Verspil je krachten niet aan vrouwen,
je woorden niet aan hen die koningen te gronde richten.
4 En, Lemuel, een koning mag zich evenmin te buiten gaan aan wijn,
dat past hem niet,
een leider mag niet hunkeren naar drank.
5 Hij mag niet drinken en zijn plicht vergeten,
de rechten van verschoppelingen schenden.
6 Geef drank aan wie een kommervol bestaan leiden,
geef wijn aan wie diep ongelukkig zijn.
7 Laat ze maar drinken en hun armoede vergeten,
moge hun gezwoeg uit hun herinnering verdwijnen.
8 Spreek voor hen die weerloos zijn,
bescherm het recht van de vertrapten.
9 Spreek, oordeel rechtvaardig,
geef de armen en behoeftigen hun recht.
Een mailtje krijgen wanneer ik een nieuw blogbericht plaats? Klik hier!
Je kunt natuurlijk ook een abonnement nemen op mijn blog als je een RSS-Reader gebruikt.

Recente reacties