Die Blätter fallen, fallen wie von weit,
als welkten in den Himmeln ferne Gärten;
sie fallen mit verneinender Gebärde.Und in den Nächten fällt die schwere Erde
aus allen Sternen in die Einsamkeit.Wir alle fallen. Diese Hand da fällt.
Und sieh dir andre an: es ist in allen.Und doch ist Einer, welcher dieses Fallen
unendlich sanft in seinen Händen hält.©
Rainer Maria Rilke, Herbst.
De herfst vernielt ons land. De bladeren vallen, vallen van daarginds alsof verre tuinen verwelken in de hemel. De grond bezaaid met kleuren want uit de dood ontstaat een nieuw bestaan. Zoals een kerk eens groot en machtig op haar zetel vecht voor haar behoud, nu duizend kleuren op de grond. Zij vallen met afwijzende gebaren. Jou wil ik niet meer zien, jouw kloppend hart niet langer voelen. Je hebt me pijn gedaan.
Wij vallen allemaal. Deze hand hier valt. En zie de anderen: het is in allen. Gebroken in het hart van ons bestaan. Een Man te volgen, een Weg te gaan. Het is de herfst die ons vernield, die onze wonden open legt. Een man, een vrouw, op zoek naar nieuwe wegen. Je hebt me pijn gedaan. Nu wil ik nooit meer, alleen nog maar, altijd de vrijheid vinden. En dan zeg jij: ‘Kom laat mij je liefde geven.’
Ik val, val als geen ander vallen kan. Een moederhond gewekt schrikt van haar jonge honden. Wie zij zijn en wat zij zeggen, dat er pijn is in hun hart. Wij allen zijn gevallen. Er is geen blad nog groen, onaangetast… zelfs niet één. Onze kelen open graven, onze tong spreekt dubbel, achter onze lippen schuilt het gif van een adder, een mond vol slechte woorden. Wij vallen allemaal.
En toch, toch is er Eén, die al dit vallen oneindig zachtjes in zijn handen houdt. En op een dag – het duurt nog even – zullen wij zien, omhelzen. Gezien in handen van vergeving stappen wij samen voorwaarts.
Het zijn handen stralend uitgestrekt
door immer duistere kosmos
langs ijskoude oneindigheid
en hier steeds meer vuilnisbelt
van dagen die eindeloos vervellen
in sporen van gebrokenheid
men noemt het boulevard van dromen
maar wie verder durft te kijken ziet:
het hart, dat vraagt om streling.
© Niels van Donselaar
vragen graven geulen in mijn grond
doorspitten kiezels, zand en wortels
klaar voor als de regen komt
ben ik verslagen op mijn eigen land,
waren verraderlijke vogels van mijn hand?
nu is de akker leeggeroofd, een vlakte
die zelfs ik niet kan betreden
wie is die man, wiens naam prijkt op mijn hekken
wie is het die mij slaat, mij overrompeld achter laat?
ik weet dat jij nog binnen bent, dat je me zoekt
en nee, ik wil niet dat je mij verlaat
dit hart een klein, verwachtend oord
opent haar weiden, ontsluit de poort
klaar voor als de regen komt
© Niels van Donselaar
Een mailtje krijgen wanneer ik een nieuw blogbericht plaats? Klik hier!
Je kunt natuurlijk ook een abonnement nemen op mijn blog als je een RSS-Reader gebruikt.
Bladeren vallen, vallen van daarginds
alsof verre tuinen verwelken in de hemel;
zij vallen met afwijzende gebaren.
En in de nachten vervalt de zware aarde
uit alle sterren in eenzaamheid.
Wij vallen allemaal. Deze hand hier valt.
En zie de anderen: het is in allen.
En toch is er Eén, die al dit vallen
oneindig zachtjes in zijn handen houdt.
©
Originele tekst: Rainer Maria Rilke
Nederlandse vertaling: Niels van Donselaar
deze dag zo vredig
zonlicht valt op de rivier
bomen wuiven in de wind
steden lachen wel, maar hier
hier is het bloed vergoten
uit puin herrezen plek
niemand die iets zeggen kan
woordeloos gesprek
gesprek van deze dag
duizend dode dromen
en dat wat allen raakt
Ik zal spoedig komen!
© Niels van Donselaar

Recente reacties