Heilige grond > De plek van jongeren in de kerk (Corjan Matsinger, YfC)
Uitgeverij Buijten & Schipperheijn, 138 pagina’s (€12,90).
De vinger aan de pols van de hedendaagse cultuur leggen is bij het werken in de kerk erg belangrijk, zeker als het gaat om jeugdwerk. En dat is ook precies wat Corjan Matsinger in dit boek over (missionair) jeugdwerk doet. Het boek kenmerkt zich door een vlotte, eigentijdse, inspirerende stijl die niet ten koste gaat van de inhoud. Veel boeken op het gebied van jeugdwerk zijn ofwel doortrokken van het maakbaarheidsideaal (zeven stappen tot…), ofwel ervaringsverhalen zonder al te veel theologische doordenking. In dit boek klinkt de ervaring van 15 jaar jeugdwerk op de achtergrond mee, zonder overheersend te worden.
Matsinger begint met een introductie over jongeren als beelddragers van God. Daarna duikt hij in hoofdstuk 2 de praktijk van kerkverlating in waarbij hij vijf cruciale factoren schetst:
1. Ouders geloven en dragen dit uit.
2. De boodschap sluit aan bij de behoefte van jongeren.
3. Er zijn leeftijdsgenoten die geloven.
4. Jongeren worden betrokken bij de uitvoering van jeugdwerk in de kerk.
5. Jongeren hebben rolmodellen om zich heen.
Deze vijf factoren zijn dan ook meteen het meest bruikbare gedeelte van dit boek. Wat volgt is het hoofdstuk heilige grond, naar de titel van het boek. Hier komt Matsinger voor het eerst op dreef als het gaat om theologische doordenking. Hij breekt een lans voor het zien van Gods doorgaande handelen in deze wereld. De scheiding tussen seculiere en sacrale ruimte is een onnatuurlijke. Hij slaat daarmee twee praktisch theologische vliegen in één klap: de misvatting dat God niet werkt buiten door christenen ‘bezette gebieden’ en de misstand van de in de loop der jaren ontstane christelijke eilandcultuur. De bevlogenheid die hier doorklinkt is tekenend voor het boek en lijkt een aanjager te zijn voor de andere hoofdstukken.
Het tweede zwaartepunt in ‘Heilige grond’ ligt mijns inziens bij het hoofdstuk de proeftuin. Matsinger pleit hier voor het jeugdwerk als experimentele ruimte. Hij schrijft hier dat ‘de kerk in het Westen toe is aan een nieuwe reformatie’ en ook dat ‘de kerk daar waar het experiment is haar meest flexibele kant laat zien’. Deze woorden sluiten aan bij het manifest met 9,5 stellingen die door Matsinger aan de deur van ‘De Wittenberg’ in Zeist werden gespijkerd op 31 oktober 2009. In deze drang naar vernieuwing en reformatie sluit hij aan bij theologische ontwikkelingen die onder de noemer ‘emerging church’ vallen. Ook de literatuurlijst en enkele verwijzingen in het boek naar auteurs als Rob Bell en Pete Ward laten een belangrijke inspiratiebron zien voor dit boek.
Het lezen van dit boek brengt een frisse wind met zich mee. De sterke worteling in onze hedendaagse postmoderne cultuur en de inpassing van nieuwe theologische inzichten geven ‘Heilige grond’ een duidelijke meerwaarde. Een kritische noot van mijn kant is dat Matsinger een aantal bijbelverhalen metaforisch gebruikt om zo een link te leggen met jongerenwerk. Er valt over te twisten of dit nodig is om de sterke boodschap kracht bij te zetten. Ook is het een zeer uitdagend en prikkelend boek, het ‘hoe’ komt daardoor minder aan bod dan verwacht. Maar niet getreurd: deze wandeling door het landschap van theologie, jongerencultuur en verhalen is wat mij betreft een hele aangename. Een aanrader voor iedereen die vanuit de gedrevenheid om Jezus te volgen met jongeren in contact staat!
Voor CV Koers lezers is het aangepaste hoofdstuk ‘Profetisch protest’ bewerkt online hier te vinden.